Boodschap

Wie Mij eren

Welke werknemer vraagt om zijn loon zonder eerst te hebben gewerkt?
Welke boer vraagt om de oogst zonder eerst te zaaien?
Welke professional vraagt van zichzelf kennis zonder eerst te hebben gestudeerd?

Alles in het leven volgt de wet van oorzaak en gevolg, actie en reactie, geven en ontvangen …
De wet van oorzaak en gevolg is rechtvaardig.
Het begint bij de Troon van de Allerhoogste en verspreidt zich over de hele aarde.
Hij gaf het leven van Zijn Enige Zoon om onze leven ook te kunnen vragen.

Degenen die in Hem geloven en Hem eren, zullen worden geëerd;
Degenen die Hem verachten, zullen ook veracht worden.

Achaz was een van de ergste koningen van Juda.
Zijn doodzonde was het Abrahamitische geloof van het land proberen uit te wissen.

En hij sloot de deuren van de Tempel, deed de lampen van de kandelaar uit, stopte de wierook te verbranden en offers aan de God van Israël te presenteren.

De afgoderij raakte los en Juda kreeg een bittere politieke, economische en sociale chaos. (2 Kronieken 28)

Zijn zoon Hizkia nam op zijn vijfentwintigste het gebroken koninkrijk van Juda over.

Beïnvloed door het geloof van zijn moeder Abia, begon door het geloof het herstel van het land.

Al snel in zijn eerste regeringsjaar, opende hij de deuren van de Tempel en begon met de hervorming, die in puin lag.

Hij riep de priesters en Levieten bijeen om zichzelf te heiligen en de onreinheid weg te nemen die in het huis van de Heer was.

Vanaf dat moment begon het koninkrijk van Juda voorspoedig te worden.

“Hizkia bezat zeer veel rijkdom en eer. Hij maakte voor zichzelf schatkamers voor zilver en voor goud, voor edelstenen, voor specerijen en voor schilden, en voor alle kostbare voorwerpen. Ook maakte hij voorraadschuren voor de opbrengst van koren, nieuwe wijn en olie; en stallen voor allerlei dieren, en kooien voor de kudden. Hij bouwde voor zichzelf steden, en bezat kleinvee en runderen in overvloed, want God gaf hem heel veel bezittingen.” (2 Kronieken 32:27-29)

Hizkia eerde de Heer, en de Heer eerde hem en zo vervulde zich de gerechtigheid van God.

“Daarom spreekt de HEERE, de God van Israël: Ik had duidelijk gezegd: Uw huis en uw familie zullen voor eeuwig voor Mijn aangezicht wandelen. Maar nu spreekt de HEERE: Er is bij Mij geen sprake van, want wie Mij eren, zal Ik eren, maar wie Mij verachten, zullen zelf veracht worden”. (1 Samuel 2:30)

Wie wil geëerd worden door de Almachtige?

Bisschop Edir Macedo

Laat hier uw reactie achter.

Of vul het onderstaande formulier in.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden gemarkeerd met *