Boodschap
Voor het altaar

En Hij ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in. (Marcus 12:41) NBG 1951
Het werkwoord zag verwijst naar een zeer zorgvuldige analyse.

Jezus zat niet voor de altaar om te kijken hoe de mensen voorbij liepen. Hij was geïnteresseerd om te weten hoe zij hun offerandes gaven.

Geld is gemaakt van papier. Het kan een bepaalde monetaire waarde hebben, maar het is papier. Het kan noodzakelijk zijn, overvloed vertegenwoordigen of een goede doel hebben, maar het is nog steeds alleen maar een stuk papier.

Een offerande is ook van papier gemaakt. Als het van goud, is dan is het gemaakt van metaal. Als het een huis is, dan is het gemaakt van beton. Als het een auto is, dan is het gemaakt van ijzer.
Wat een offerande zijn waarde geeft is niet zijn hoeveelheid. Het gaat om het geloof.

Het geloof dat God verschuldigd maakt aan de offerandegevers, en volgens Zijn belofte, zal Hij hun rijkelijk belonen.
De waarde van de offerande ligt in de zekerheid dat God bestaat en een Beloner is voor degenen die Hem zoeken (Hebreeën 11:6).

Plotseling, liep een arme weduwe tussen de offerandegevers. Ze zou daar niet moeten zijn. Volgens de religieuze regels is het vrouwen niet toegestaan om de tempel in te gaan of ergens buiten de Vrouwelijke Zones te komen.

Dat is waarschijnlijk de reden waarom ze de offerandekist met een bepaalde schuld benaderde. Trouwens, haar twee munten kwamen niet de hoeveelheid, die de priester als minimale offerande hadden bepaald, na.
Voeg daaraan toe dat haar munten in Israël werden geslagen. Dit betekende dat ze minder waarde hadden dan het geld van het Romeines Rijk.
De munten van de weduwe waren Joodse munten.

Dat is de reden waarom ze al het recht hadden om de weduwe uit te sluiten, eenzaam en ellendig. Zij was een weduwe, ze was arm, ze mocht niet bij de offerandekist komen en haar offerande was heel weinig; met andere woorden, ze had niets van enige waard dat overwogen kon worden.

Alleen was het deze keer anders. Jezus zat naast de offerandekist van de Tempel, om het hart van de offerandegevers te onderzoeken?

De Here Jezus Christus, de Zoon van de almachtige God.

Weet u waarom?
Hij was daar vanwege haar.
Hij zit nog steeds tegenover de schatkist…
Niemand ziet hem. Maar hij ziet ons allemaal.
Echter, Hij eert alleen degenen die veracht, vervolgd, uitgesloten en verongelijkt zijn, die tot Hem komen met hun gehele hart, hun gehele kracht en hun gehele verstand.

En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud. (Marcus 12 43:44) NBG-vertaling 1951

Laat een commentaar achter