Boodschap

Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven

“… en zij kwamen in het land Kanaän… Toen verscheen de HEERE aan Abram en zei: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij daar een altaar voor de HEERE, Die hem verschenen was. Vandaar brak hij op naar het bergland ten oosten van Bethel en zette zijn tent op tussen Bethel in het westen en Ai in het oosten. Daar bouwde hij voor de HEERE een altaar en riep de Naam van de HEERE aan. Daarna trok Abram gaandeweg verder naar het Zuiderland.” (Genesis 12:5-9)

Merk op dat Abraham de aarde doortrok en Altaren oprichtte.

In een testament, bij het verdelen van het land tussen de kinderen, worden meestal “herkenningspunten” opgebouwd om af te bakenen, om het land te scheiden.

Toen God tegen Abraham zei: “Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven”, ging hij heen en markeerde en scheidde het land. De herkenningspunten die Abraham gebruikte waren echter Altaren die de Naam van de Heer aanriepen, oftewel, het land dat God hem had gegeven als een erfenis.

Wanneer iemand de stem van God hoort, gehoorzaamt en een Altaar (offer) opbouwt, erkent en bepaalt hij: “Dit land (zegen) is van mij, omdat God het mij als een erfenis heeft gegeven.”

Met dank aan: Bisschop Vitor Fontes

Laat hier uw reactie achter.

Of vul het onderstaande formulier in.

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden gemarkeerd met *