Post Image

LOGO

Het altaar van Baäl afbreken

“Maar de Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen des HEREN; daarom gaf de HERE hen over in de macht van Midjan gedurende zeven jaar, waarin Midjan de overhand had over Israël. Uit vrees voor Midjan richtten de Israëlieten voor zich de schuilplaatsen in, die in het gebergte liggen, de holen en burchten.
Wanneer Israël gezaaid had, kwamen Midjan, Amalek en de stammen van het Oosten opdagen en trokken tegen hen op, sloegen hun kamp op in hun gebied en vernielden het veldgewas tot bij Gaza, en lieten geen leeftocht over in Israël, geen schaap, geen rund of ezel” (Richteren 6:1-4) NBG ’51.

Na veertig jaar vrede (“Toen had het land veertig jaar rust” Richteren 5:31), zien wij dat het volk terugkeerde naar de zonde: ze deden wat verkeerd was in de ogen van God en daarom (alleen vanwege deze reden) gaf de Here hun over in de handen van Midjan.

Het was, is en zal nooit de wil van God zijn geweest om Zijn volk onderdrukt te zien door de Midjanieten (de krachten van de hel). Het volk werd onderdrukt omdat het BESLOOT te doen wat verkeerd was in de ogen van de Heer.

Nu ze eenmaal verkeerd leefden (in de zonde), was het volk zich volledig bewust dat ze de Heer niet konden aanroepen zolang ze op die manier bleven leven. Dus wat deze ze dan? Ze gebruikten hun kracht om grotten te maken, om van de problemen te vluchten, in plaats van de vijanden te confronteren. En dat is precies wat de zonde doet! Hij zorgt ervoor dat de persoon smoesjes maakt voor zijn mislukkingen (het is de schuld van anderen, de economische situatie van het land, het feit dat hij geen kans kreeg enz.).

Was dit niet hetzelfde wat Adam en Eva deden nadat zij zondigden? Zij “vluchtten” voor God, omdat zij bevreesd waren (zie Genesis 3:10). In feite is dit de eerste keer dat het woord BEVREESD in de Bijbel verschijnt.

Hoeveel mensen zijn er wel niet die het geloof niet hebben om voor God te offeren, omdat zij denken dat zij toch niet beantwoord zullen worden? Weet u waarom ze denken dat ze niet beantwoord zullen worden? Omdat ze weten dat ze, in hun huizen (hun harten), nog steeds beschikken over het altaar van Baäl. Hun eigen geweten beschuldigt hun, net zoals het geweten de Israëlieten beschuldigde tijdens die zeven jaren; zij wisten ten slotte dat zij de Heer hadden verlaten.

Het is interessant om op te merken dat de Midjanieten niet de Israëlieten doodden. Zij kwamen om alles in bezit te nemen dat het volk van Israël had gezaaid. Zij deden dit gedurende zeven jaar. Zij doodden hun niet, omdat de Israëlieten voor hun “werkten”. Daarom wilt de duivel ook niet meteen mensen doden, omdat hij niet alleen daarvoor is gekomen, maar ook om te stelen en te vernietigen.

Dus wat deed God toen? Hij vond degene die in plaats van zich te verbergen, opstandig en bereid was om te doen wat God zou vragen. Gideon was trouwens al aan God en Zijn wonderen aan het denken toen de engel verscheen.

Hoe handelde God daarna? TEN EERSTE, diende Gideon het altaar van Baäl af te breken en de gewijde paal die naast het altaar stond om te hakken. Dit zou hem de kracht geven om de tweede stier op GODS ALTAAR te offeren.

Op dezelfde manier bevrijdt de persoon zich van de zonde, door een beslissing te nemen om de zonde voor eens en voor altijd achter zich te laten. Om vervolgens ZICH TE VERVULLEN MET DE KRACHT EN DE ZEKERHEID dat God met hem is, omdat de beschuldiging niet meer bestaat en dit geeft hem de moed om alles te doen wat God vraagt. ER IS NIETS BETERS IN DEZE WERELD DAN EEN REIN EN VREDIG GEWETEN.

Er zijn mensen die fysieke offers maken, maar geen geestelijke offers. Zij kunnen gezondheid, een baan en andere dingen veroveren, maar ze zullen nooit beschikken over de VREDE en de zekerheid van de behoudenis die God wil geven. En dat is NIET wat wij willen! Wij willen een sterk, vrij, gezegend, voorspoedig, strijdvaardig, bekeerd volk dat, boven alles, uit GOD IS GEBOREN.

Wij nodigen u uit om de altaren van Baäl, die zich in uw binnenste bevinden (wrok, woede, verborgen zondes, twijfels, slechte gevoelens… in feite alles wat u twijfels brengt) af te breken.

Dit zal u het vermogen geven om op aanstaande zondag uw offer op Gods altaar te presenteren.

“En Ik heb tot u gezegd: Ik ben de HERE, uw God; eert dan niet de goden van de Amorieten, in wier land gij woont. Maar gij hebt naar mijn stem niet geluisterd” (Richteren 6:10) NBG ’51.

En u, zult u luisteren naar de stem van God, of niet?

Bisschop Celso Juniór

Vind je dit leuk? Deel het:

Gerelateerde artikelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>