Vertrouwdheid en beperkingen
“Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u dat geen profeet welgevallig is in zijn vaderstad.” (Lukas 4:24)
De enige plaats waar Jezus niet veel wonderen kon verrichten, was Nazareth, zijn eigen geboorteplaats. Zelfs zijn eigen broers geloofden niet in Hem.
De mensen zeiden: “Is dat niet de zoon van de timmerman?”
Vertrouwdheid dat voortkomt uit familiebanden brengt ongeloof voort. Daarom kunnen mensen in onze omgeving onze grootste beperkingen worden.
Deze gedachte van Jezus laat zien dat zelfs God deze houding van de mensen niet kan voorkomen. Zij zijn degenen die ervoor kiezen om te geloven of niet, om met goede of slechte ogen te kijken, om de naasten te geloven of aan hen te twijfelen, om een familielid naar boven of naar beneden te halen.
Dus wat deed Jezus hieraan? Hij verliet Nazareth en ging naar degenen die wél in Hem geloofden. Hetzelfde deed God met Abraham, toen Hij hem riep om het huis van zijn vader te verlaten.
Als de mensen die het dichtst bij je staan niet in jou geloven, is het emotioneel gezien iets dat heel moeilijk te accepteren is. Maar je kunt net als zij worden en ook niet in jezelf geloven, óf je kunt ze negeren en doorgaan met hetgeen waar jij in gelooft. Iemand zal in je geloven, zelfs als die tweede persoon jijzelf bent.
Want de eerste die in je gelooft, is natuurlijk God zelf. Als je dat begrijpt, is een derde persoon slechts een bonus.
Toepassing:
Accepteer het geloof dat God in je heeft gelegd en wees het niet met Hem oneens. Wees het oneens met degenen die aan je twijfelen, niet met God.
Is er iemand die een beperkende factor in je leven is geweest?
Is het een vriendschap die je achter je kunt laten? Is het een omgeving die je niet meer kunt bezoeken?
En zo niet: hoe kun je die beperkende factor dan limiteren, oftewel voorkomen dat die je beïnvloedt en naar beneden haalt?
Wie zou jij vandaag kunnen opbeuren?
