Het Tabernakel van Mozes en de Tempel van Salomo werden gebouwd om de Naam en de Aanwezigheid van de Heer te vestigen onder het volk van Israel.
Deze heilige plaatsen symboliseren de Here Jezus Christus, in wiens Wezen de volheid van de Allerhoogste woont.
“Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem (Jezus) woning te maken” (Kolossenzen 1:19).
De Zoon van God was de belichaming van God’s heiligheid, de belangrijkste Balk van het Tabernakel en de Hoeksteen van de Tempel.
“Want in Hem (Jezus) woont al de volheid der godheid lichamelijk” (Kolossenzen 2:9).
De doop met de Heilige Geest is niets meer dan het Zegel van God, het teken van de Naam en woonplaats van God.
En iedereen die uit de Geest geboren is, is een soort Jezus, omdat hij/zij in zich de Naam en woonplaats van de Allerhoogste meedraagt.
Hierdoor heeft iedereen, die verzegeld is door de Geest, de verplichting om de geur van de Here Jezus te verspreiden, waar zij ook heen gaan.
“Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft” (1 Johannes 2:6).
Jezus werd gesymboliseerd als de levende tabernakel en de levende Tempel, als de Hoeksteen.
Zijn volgelingen worden gesymboliseerd als de levende Tabernakel en de levende Tempel, als levende stenen.
“En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus” (1 Petrus 2:5).
Een ware Christen is dus, op zijn minst, een levende steen van de Tempel, waarvan de structuur berust op de Hoeksteen, Jezus.
Dit is het inzicht dat de Heilige Geest gaf aan Paulus:
“Want Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk (Tempel) zijt gij” (1 Korintiers 3:9).
Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God (Tempel) hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt…” (2 Korintiers 5:1).
Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen (Nieuwe Testament) en profeten (Oude Testament), terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk (Tempel), goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in de Here…” (Efeziers 2:19-21).
Bisschop Edir Macedo