De ergernis van de evangelist

Toen hij de missie kreeg om het kind van de Sunamitische vrouw op te wekken (2 Koningen 4:29-31), ging Gehazi, de assistent van Elisa, erheen en loste niets op. Dit kwam omdat hij in zijn binnenste slechte en persoonlijke intenties droeg (2 Koningen 5:20-27), welke tot gevolg hadden dat hij melaats werd.

Echter, toen Elisa naar de kamer ging waar het lichaam van de jongen was, raakte hij geïrriteerd door die situatie.

“En toen Elisa bij het huis kwam, zie, de jongen was dood, neergelegd op zijn bed. Hij ging naar binnen, sloot de deur achter hen beiden en bad tot de HEERE. Vervolgens ging hij op het kind liggen, legde zijn mond op diens mond, zijn ogen op diens ogen en zijn handen op diens handen. Hij strekte zich over hem uit en het lichaam van het kind werd warm. Toen kwam hij terug en liep in het huis heen en weer. Hij ging weer naar boven en strekte zich over hem uit. Toen niesde de jongen tot zevenmaal toe; daarna deed de jongen zijn ogen open.”

(2 Koningen 4:32-35)

Wie de geest van een evangelist heeft, accepteert niet om het volk te zien lijden. Hij ergert zich aan de gestempelde onrechtvaardigheid die hij ziet in het leven van de mensen en zoekt daarom de begeleiding van de Heilige Geest om de pijn en wanhoop die hij ziet, om te keren.

Dit is de geest die God wilt zien in een ieder van Zijn dienaren: De mensen wegrukken uit het koninkrijk van de duisternis en het Koninkrijk van God tot hun brengen.

EN ZOLANG DIT NIET GEBEURD, RUST HIJ NIET!

Dit is de geest van de Universele Kerk.

  • Met dank aan: Bisschop André Cajeu