De machtige van Jakob

Maar zijn boog bleef gespannen; zijn armen en handen bleven soepel door de handen van de Machtige van Jakob, – vandaar dat Hij de Herder is, de rots van Israël – (Genesis 49:24)

De zegen van Jakob ging over op Jozef, want hij klampte zich vast aan de God van zijn vader. Hij vreesde Hem ook en trachtte te wandelen in gerechtigheid, oprechtheid en waarheid, altijd op zoek om Hem op elke manier te behagen, hetzij in rijkdom of in armoede, in vreugde of in verdriet, altijd met een rechtvaardig karakter.

Mevrouw Ester Bezerra

Stenen van het Altaar

De afgelopen dagen was ik in het heiligdom van de Tempel van Salomo en mediteerde ik over wat ik daar zag...