Klagen over de Allerhoogste

Ik echter zal mijn mond niet houden. Ik zal spreken in de benauwdheid van mijn geest. Ik zal klagen in de bitterheid van mijn ziel. (Job 7:11)

Een volmaakte gemeenschap met God geeft de rechtvaardige de vrijheid om, te alle tijde, de hemelse Vader aan te roepen. Hij staat klaar om de aanroeping van Zijn kinderen te horen en te beantwoorden, want Hij is ijverig en trouw aan Zijn beloften.

Een kind is degene die wordt overgenomen door de Heilige Geest, die uit Hem geboren wordt en een nieuw schepsel wordt. Hij heeft Zijn kenmerken, denkt zoals Hij en wilt degenen redden die verloren zijn in de zonde.

 

Mevrouw Ester Bezerra

Stenen van het Altaar

De afgelopen dagen was ik in het heiligdom van de Tempel van Salomo en mediteerde ik over wat ik daar zag...