Waar is de eerbied voor Mij?

Een zoon eert zijn vader en een slaaf zijn heer. Als Ik dan een Vader ben, waar is de eerbied voor Mij? En als Ik een Heer ben, waar is de vrees voor Mij? zegt de HEERE van de legermachten tegen u, priesters die Mijn Naam verachten. Maar u zegt: Waardoor verachten wij Uw Naam? (Maleachi 1:6)

Deze passage spreekt over degenen die de naam van God bespotten. Zij eren Hem niet als Vader, de Allerhoogste Heer en Eigenaar van alles. Zelfs de offergaven die Hem werden aangeboden, werden door de priesters afgenomen, die Hem niet vreesden.

Mevrouw Ester Bezerra

Stenen van het Altaar

De afgelopen dagen was ik in het heiligdom van de Tempel van Salomo en mediteerde ik over wat ik daar zag...